Blockchain Technology and Decentralised Autonomous Organisation

Heidegger stelde tijdens een college in 1951: “But so long as the essence of technology does not closely concern us, in our thought, we shall never be able to know what the machine is” (2004: 24)[1]. De filosoof verwees hiermee naar de toenmalige snelle ontwikkeling en toepassing van technologie, zoals productiemachines, elektriciteit, televisie en vliegtuigen. De uitingsvormen van deze technologie veranderden de wereld op dat moment snel, zonder dat men stilstond bij de essentie van deze technologische ontwikkelingen en de daaruit voortvloeiende maatschappelijke gevolgen.

Op dit moment staan wij wederom aan de vooravond van een soortgelijke wereldwijde verandering, waarin niet langer de machine als fysiek en geïsoleerd apparaat centraal staat, maar apparaten evolueren naar apparaten die met algoritmes en software in netwerken kunnen communiceren en interacteren. Door deze ontwikkeling veranderen de uit de moderniteit voortkomende apparaten in cyber-physical systems die zelfstandig kunnen functioneren en besluiten nemen op basis van data en informatie. Deze veranderingen onthullen op hun beurt weer nieuwe organisatorische mogelijkheden op basis van onderlinge verbondenheid waarbinnen deze cyber-physical systems gezamenlijk besluiten kunnen nemen. Opnieuw rijst de vraag of wij de reikwijdte en de essentie van een dergelijke op technologie gebaseerde ontwikkeling nog kunnen en willen begrijpen.

Decentrale Autonome Organisaties

In een door Ethereum in 2014[2] gepubliceerde whitepaper, stelt Buterin dat: “The general concept of a ‘decentralized organization’ is that of a virtual entity that has a certain set of members or shareholders.” Buterin doelt hierbij op de mogelijkheden van een samenstel van in netwerken verbonden individuele computers, algoritmes en software om als geheel of als zelfstandige virtuele entiteit bij consensus besluiten te laten nemen en op basis hiervan zelfstandig transacties uit te voeren. De regels waaronder de virtuele entiteit deze transacties kan uitvoeren, worden vastgelegd in, zoals Szabo (1994)[3] stelt, smart contracts. Dit zijn in essentie algoritmes en software die gezamenlijk een protocol vormen, waaronder transacties zelfstandig, dus zonder menselijke tussenkomst, door een virtuele entiteit kunnen worden afgehandeld. Wright en Primavera de Filippi stellen in 2015[4]: “Over time, as internet-enabled devices become more autonomous, these machines can use decentralized organizations and the blockchain to coordinate their interactions with the outside world”. Met deze uitspraak wordt een verbinding gemaakt tussen de toepassing van consensus algoritmes, smart contracts, decentraal opererende autonome organisaties en de snelle ontwikkeling en toepassing van concepten als het (industrial) Internet of Things of cyber-physical systems. In een rapport, uitgebracht in 2019[5] door het National Institute of Standards and Technology USA (NIST), stellen de auteurs dat deze concepten weliswaar een verschillende herkomst hebben, maar elkaar vergaand overlappen, doordat zij allen verwijzen naar een soortgelijke ontwikkeling. Deze ontwikkeling wordt door hen gedefinieerd als: “Trends in integrating digital capabilities, including network connectivity and computational capability, with physical devices and systems”. De toenemende digitale capaciteiten van willekeurige combinaties van in netwerken verbonden cyber-physical systems die de mens dagelijks gebruikt of waarvan de daaruit voortkomende informatieresultaten worden toegepast, leiden als vanzelfsprekend tot nieuwe organisatiemodellen die op hun beurt kunnen worden benoemd als decentrale autonome organisaties. Deze organisaties bestaan uit zelfstandig functionerende cyber-physical systems die onderling kunnen communiceren en interacteren en gezamenlijk besluiten kunnen nemen en transacties kunnen uitvoeren zonder tussenkomst van mensen.

Organisatieontwerp

In zijn proefschrift (2019)[6] stelt Mark van Rijmenam zich de vraag hoe nieuwe technologieën als big data, artificial intelligence en blockchaintechnologie ons denken beïnvloeden over het ontwikkelen van organisaties en organisatiemodellen. Hij stelt zich de vraag: “how blockchain requires us to rethink organisation design theory by redefining the decentralised and autonomous form of organisation design; and how agency theory helps us solve the principal–agent problem when dealing with artificial actors that behave differently than intended”. Voor van Rijmenam is een decentrale autonome organisatie een organisatie die volledig bestaat uit in netwerken verbonden computers, (consensus)algoritmes en software waarvan het gezamenlijk functioneren wordt geregeld door zogenaamde smart contracts. De zelfstandig door deze autonome organisatie uit te voeren data- en informatietransacties zijn gebaseerd op protocollen die zijn opgenomen in softwarecode, waarmee de regels worden beheerd waaronder gezamenlijke transacties kunnen plaatsvinden. Zoals Van Rijmenam stelt, zorgt deze ontwikkeling ervoor dat voor het eerst in de historie: “machines can collaborate automatically and even autonomously with other machines and even humans, while ensuring the outcome aligns with what has been already agreed upon”. Door deze ontwikkeling zullen organisaties, nog meer dan nu, verstrengeld raken met de door hen gebruikte technologie. Naarmate deze onderlinge verstrengeling toeneemt, zal de noodzaak om vormen van artificiële intelligentie/ machine learning te gebruiken om de autonoom uit te voeren transacties te beheren en te controleren snel toenemen. Het is voor Van Rijmenam onvermijdelijk dat in een dergelijke ontwikkeling de in de organisatie aanwezige mensen moeten (leren) samenwerken met in netwerken verbonden cyber-physical systems. Het resultaat van deze samenwerking zal, zoals Van Rijmenam stelt, ervoor moeten zorgen dat: “the material and the artificial should exist in coherence and interact with each other without negatively affecting one another”. Dit laatste roept vragen op die ons kunnen brengen bij het ethische karakter van deze ontwikkeling. Is het zo dat, zoals Van Rijmenam stelt, in deze ontwikkeling de onderling verbonden cyber-physical systems per definitie ondergeschikt zijn aan de ethiek van de mens en: “the material is bound by the norms and principles of our society and the culture within an organisation and the social is not subordinate to the material and the artificial”? Is het niet eerder te veronderstellen dat, in een situatie waarin mensen werken met enkele intelligente of hoeveelheden onderling verbonden cyber-physical systems afkomstig uit verschillende culturen, de mens als vanzelfsprekend ondergeschikt wordt aan deze virtuele entiteit? Laat de mens met deze ontwikkeling niet sneller dan verwacht zijn (eind)verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van transacties verschuiven naar de nieuwe virtuele entiteit van een decentrale autonome organisatie onder het excuus dat het zo complex is?

Consequenties

Zoals eerder beschreven is de International Telecommunication Union ITU bezig met studies naar de standaardisatie van een blockchain of things. De aanvraag die in 2017 is ingediend door de overheden van Egypte en China en een aantal Chinese bedrijven bestond toen nog uit één studie. Dit aantal is inmiddels gegroeid naar vierentwintig. De eerste resultaten worden vermoedelijk eind 2019 bekend. Het is onvermijdelijk dat de uit deze studies voortvloeiende standaarden een rol gaan spelen bij de vormgeving en implementatie van een blockchain of things op basis van de mogelijkheden van cyber-physical systems en hun onderlinge communicatie in toekomstige 5G-netwerken. Deze standaarden zullen nieuwe en wereldwijde decentrale en autonome organisaties mogelijk maken die kunnen bestaan uit willekeurige combinaties van cyber-physical systems. Het zal dan gaan om organisaties die bestaan uit cyber-physical systems die wij dagelijks gebruiken, zoals computers, smartphones, auto’s, tandenborstels en koelkasten of meer bijzondere cyber-physical systems, zoals MRI-scanners, infuuspompen, patiëntmonitors en implanteerbare glucosemeters. Ook digitale of fysieke infrastructuren, zoals digtale netwerken, (spoor)wegen, energietoepassingen of militaire toepassingen, zullen deel uit gaan maken van deze nieuwe decentrale autonome organisaties. Elk voor de mens bekend apparaat wordt langzaam maar zeker uitgerust met algoritmes en software en kan hierdoor deelnemen aan de nieuwe vorm van een decentrale autonome organisatie. Het wordt tijd dat wij in navolging van Van Rijmenam In Europa serieus aandacht gaan besteden aan de toenemende autonomie van cyber-physical systems die voortvloeit uit de toepassing van algoritmes en software. Tegelijkertijd zullen wij in Europa moeten nadenken over de voorwaarden waaronder decentrale en autonome organisaties binnen onze Europese cultuur kunnen en mogen functioneren. Veel tijd om deze nieuwe kennis te ontwikkelen voor het ontwerp en de analyse van dergelijke virtuele entiteiten op basis van Europese waarden en normen is er gegeven de snelle ontwikkelingen niet meer.

  1. Heidegger M. (2004) What is called thinking. Translated by Gray, J. G., New York, Harper Perrenial. ISBN 006090528X Originele versie: Was heißt Denken? (1954)
  2. Buterin V. (2014) Ethereum White Paper. A next generation smart contract & decentralized application platform http://blockchainlab.com/pdf/Ethereum_white_paper-a_next_generation_smart_contract_and_decentralized_application_platform-vitalik-buterin.pdf
  3. Szabo N. (1994) Samrt Contracts http://www.fon.hum.uva.nl/rob/Courses/InformationInSpeech/CDROM/Literature/LOTwinterschool2006/szabo.best.vwh.net/smart.contracts.htmlt
  4. Wright, Aaron and De Filippi, Primavera, Decentralized Blockchain Technology and the Rise of Lex Cryptographia (March 10, 2015). Available at SSRN: https://ssrn.com/abstract=2580664 or http://dx.doi.org/10.2139/ssrn.2580664
  5. Greer Chr. Burns M. Wollman D. Griffor E. (2019) Cyber-Physical Systems and Internet of Things. NIST Special Publication 1900-202, March 2019
  6. Rijmenam v. M (2019) Sociomateriality in the age of emerging information technologies: How big data analytics, blockchain and artificial intelligence affect organisations. A thesis for the degree of Doctor of Philosophy in Management. UTS Business School, University of Technology Sydney. Management Discipline Group 5 February 2019.

Ben van Lier works at Centric as Director Strategy & Innovation and, in that function, is involved in research and analysis of developments in the areas of overlap between organisation and technology within the various market segments.

Ben van Lier, Director Strategy & Innovation

Meer weten?

Ben van Lier, Director Strategy & Innovation

Voor meer informatie neem je contact op met Ben van Lier via +31 6 51 10 94 39 of per mail ben.van.lier@centric.eu.