38 grote teen in Duitsland en je kleine teen in België. En dat in een natuurlijke omgeving, waar je ook nog eens voldoende scholen, inclusief een prima universiteit vindt en waar de gezondheidszorg in orde is. Toch is dat niet per defi nitie genoeg, want we moeten er natuurlijk ook voor zorgen dat er genoeg banen zijn voor de mensen die naar het gebied komen. Investeren in economische structuurversterking is de komende jaren dan ook een heel belangrijk thema.” Helder. Maar is het tij eigenlijk nog wel te keren? “Het is een gegeven dat binnen nu en tien jaar ongeveer veertig procent van alle Nederlandse gemeenten met een vorm van krimp te maken krijgt. Voor Parkstad Limburg geldt dat we inmiddels hebben geaccepteerd dat krimp een realiteit is, dat het niet zomaar weer kan worden omgebogen. Die acceptatie is belangrijk, want als je iets accepteert, kun je er ook op anticiperen. Ik denk dat we daar als Parkstad Limburg een voortrekkersrol in kunnen vervullen, bijvoorbeeld door onze best practices met andere gemeenten te delen. We hebben als samenwerkingsverband van acht gemeenten behoorlijk drastische keuzes gemaakt. Zo hebben we een gezamenlijk woningbouwprogramma geformuleerd waar iedereen zich aan committeert. Geen enkele Parkstad-gemeente zal out of the blue een nieuw bouwproject initiëren. Bovendien heeft iedere gemeente een eigen ‘envelop’ waar de sloopopgave in is opgenomen. Want dat is natuurlijk ook een keiharde realiteit; er moet worden gesloopt.” Is dat – het slopen – het meest pijnlijke aspect van krimp? “Slopen doet inderdaad pijn. Aan de ene kant creëer je meer groen, maar aan de andere kant heb je natuurlijk ook de verplichting om te herstructureren. Stel dat we besluiten om drie scholen samen te voegen tot een brede school die een impuls betekent voor de leefbaarheid in een van de dorpen. Dan is ieder schoolgebouw dat we slopen voorzien van een rekening, al was het maar omdat de grond met gras moet worden ingezaaid en de boel moet worden onderhouden. Dat is dus een directe kostenpost. Bovendien kan er sprake zijn van gebouwen met boekwaarde, zodat er misschien ook nog geld nodig is om de panden te kunnen slopen.” Over panden gesproken; ik kan me voorstellen dat jullie inwoners meer dan gemiddeld bezorgd zijn over dalende huizenprijzen... “Dat is een bron van zorg voor veel van onze burgers. Mensen zijn er altijd van uitgegaan dat hun woning winst zou opleveren. Dat is echter niet meer zo vanzelfsprekend. Bovendien geldt voor het platteland dat de grond minder waard wordt. In onze buitengebieden wonen een heleboel mensen die een fl inke lap grond bezitten, bijvoorbeeld in de vorm van landerijen. Dat leek een mooie oudedagsvoorziening. Maar als bouwgrond ineens een agrarische bestemming krijgt, dan daalt de waarde – vooropgesteld dat je er nog een koper voor weet te vinden – fors en ben je ineens een groot deel van je ‘virtuele kapitaal’ kwijt. Overigens – en daar zijn we een voorloper in – zijn we bezig om bouwtitels op grond die per 1 januari 2013 niet zijn voorzien van een goedgekeurd bouwplan, aan de bouwbestemming te onttrekken. Daar worden vast nog wel een aantal procedures over gevoerd, want dit soort beslissingen leveren natuurlijk weerstand op, maar wat moet, dat moet. In de categorie ‘gelijke monniken, gelijke kappen’: ook als gemeente hebben we nog wat kavels die als opbrengsten in onze begroting staan. En ook die kavels worden straks één op één afgeschreven. We moeten allemaal ons verlies nemen.” U stipte daarstraks al de samenwerking binnen Parkstad Limburg aan. Welke rol speelt dat samenwerkings
39 verband bij het bestrijden of beperken van de krimp? “Ten eerste verkeren we in een vrij unieke situatie. Krimp doet zich vaak in landelijk gebied voor, maar Parkstad Limburg is een van de meest verstedelijkte regio’s van Nederland. Dat brengt uiteraard andere kansen en uitdagingen met zich mee. Wat we als Parkstad willen, is het vestigingsklimaat duurzaam versterken. Dat kan op allerlei manieren. Zo heeft onze centrumgemeente Heerlen ervoor gekozen om, geheel tegen de stroom in, niet op cultuur te bezuinigen, maar er juist in te investeren. Daardoor is een culturele lente op gang gekomen die een positieve bijdrage levert aan het vestigingsklimaat. Daarnaast willen we enorm insteken op snelle verbindingen, bijvoorbeeld richting Eindhoven. Als het je lukt om ieder kwartier een intercity naar Eindhoven te laten rijden die er binnen drie kwartier is, dan is afstand ineens geen beperkende factor meer. Door al dat soort zaken op te pakken, willen we een leefbare regio creëren, waar het goed toeven is.” Zien jullie daar ook een rol voor ICT in weggelegd? “De communicatie tussen overheid en burgers zal steeds verder digitaliseren. Maar juist in een krimpgebied, waar sprake is van een grote bovenlaag senioren – mensen die overigens in toenemende mate met ICT overweg kunnen – zal de behoefte aan één op één dienstverlening groot blijven. Als ik het breder trek, ONDERBANKEN? Onderbanken (in goed Limburgs De Óngerbenk) is in 1982 ontstaan door de samenvoeging van Bingelrade, Jabeek, Merkelbeek en Schinveld. Hoewel de gemeente Onderbanken heet (“Dat was een salomonsoordeel”, aldus burgemeester Clermonts-Aretz) staat het gemeentehuis ‘gewoon’ in de bekendste kern van de gemeente, namelijk Schinveld. De naam Onderbanken, die verwijst naar een rechtsprekend college uit de Middeleeuwen, is nooit echt bij het grote publiek geland. Clermonts-Aretz: “Als ik een collega in het land vertel dat ik burgemeester van Onderbanken ben, kijken ze me heel vreemd aan. Pas bij de naam Schinveld gaat er een lampje branden, vooral vanwege de ophef rond de AWACS-vliegtuigen (Airborne Warning And Control System - red.) een paar jaar geleden.” Onderbanken telt ongeveer 8.000 inwoners en is daarmee de kleinste gemeente binnen de plusregio Parkstad Limburg. zie ik vooral mogelijkheden tot opschaling en shared services. Zo hebben we er met acht gemeenten al voor gekozen om de gemeentelijke belastingen als shared service in te richten. De inwoners van Onderbanken krijgen hun aanslag OZB via de GBRD in Landgraaf. Dat werkt prima, want niemand ligt wakker van het afzendadres op een envelop. Ik denk dat we daar nog verder in kunnen gaan. Neem P&O. Moet je dat wel volledig in eigen hand willen houden of kun je volstaan met een vooruitgeschoven post binnen de eigen gemeente, terwijl zaken als de salarisadministratie centraal zijn belegd? Wat voor een kleine gemeente als Onderbanken in ieder geval belangrijk is, is dat we op ICT-gebied worden ontzorgd, zodat we ons op onze strategische taken kunnen concentreren. We zullen niet snel de leading partner bij innovaties op ICT-gebied zijn – daar zijn we gewoon te klein voor – maar we zijn wel geïnteresseerd in nieuwe initiatieven, zowel vanuit de overheid als vanuit het bedrijfsleven.”