20 Push & pull Hoewel Heerlen officieel nog tot een krimpregio behoort, daalt het inwonersaantal nauwelijks meer. Depla: “De afgelopen drie jaar was zelfs sprake van een vestigingsoverschot. Er reden dus meer verhuiswagens de gemeente binnen dan er vertrokken. Onze investeringen in het verbeteren van de leefbaarheid betalen zich blijkbaar uit. Grofweg kun je stellen dat er drie factoren in het spel zijn. Ten eerste de veiligheid. Als een stad niet veilig is, bijvoorbeeld omdat de binnenstad door junks wordt geregeerd of omdat je het idee hebt dat je kinderen niet veilig naar school kunnen, dan is dat een pushfactor. Heerlen heeft die veiligheid een jaar of tien geleden Sittard liggen binnen een straal van twintig kilometer. Dat zijn dus afstanden van niks. Vaak denken mensen bij Zuid-Limburg aan een ongerept, glooiend landschap waar af en toe een eenzame wielrenner doorheen rijdt. Maar de waarheid is dat het een verstedelijkte regio is. De uitgangssituatie is dus wezenlijk anders dan in krimpregio’s als Oost-Groningen en Zeeland.” Rol van technologie 100.000 90.000 DE AFGELOPEN TWEE DECENNIA KROMP HET INWONERS-AANTAL VAN HEERLEN VAN ZO’N 100.000 NAAR 90.000 INWONERS Hoewel Heerlen binnen Parkstad Limburg een duidelijke centrumfunctie heeft en dus een aanzienlijke regionale pullfactor heeft, blijft het lastig om met de Randstad de concurreren. Depla: “Ik denk dat de inzet van technologie wat dat betreft meerwaarde kan hebben. In Heerlen heb je in de hele binnenstad bijvoorbeeld toegang tot draadloos internet. Zo stellen we mensen in staat om tijd- en plaatsonafhankelijk te werken. Als de ontwikkeling richting thuiswerken doorzet, betekent dit dus dat je best in Heerlen kunt blijven wonen als je een baan bij een bedrijf in Amsterdam of Den Haag vindt. Dat maakt de noodzaak om te verhuizen net weer wat minder groot. Ik besef terdege dat mensen ‘de afstand’ als een complicerende factor beschouwen, maar met dit soort initiatieven proberen we die afstand te verkleinen, zodat we de concurrentieslag met bijvoorbeeld Noord-Brabant beter aankunnen.” een impuls gegeven met Operatie Hartslag; een traject dat de stad nieuwe energie en nieuw elan heeft gegeven. Daarnaast zijn er twee positieve factoren – pullfactors – waar je op kunt sturen. Enerzijds de stedelijke dynamiek. In Heerlen hebben we bijvoorbeeld besloten om niet op cultuur te bezuinigen, maar er juist in te investeren. Zo is een culturele lente op gang gekomen die voor veel dynamiek zorgt. Voorbeelden zijn de herontwikkeling van Het Glaspaleis, een cultureel centrum dat staat als een huis, en de diverse festivals die veel jongeren trekken. De derde factor is het economisch perspectief. Kun je binnen de regio in je inkomen voorzien? Om dat te stimuleren, moet je investeren in het vestigingsklimaat voor bedrijven. In Heerlen zijn er bijvoorbeeld clusters van administratieve dienstverleners gevormd. Maar je moet mensen ook uitdagen om breder te denken. Het ‘Heerlenperspectief’ is geen eindpunt, want steden als Maastricht en Genuanceerd verschijnsel Depla benadrukt dat krimp een verschijnsel is dat genuanceerd moet worden beoordeeld. “Vaak wordt aangenomen dat krimp zich vooral voordoet binnen bepaalde regio’s, maar het is een veel breder verschijnsel. Zo was ook in groeistad Nijmegen, waar ik tien jaar wethouder was, sprake van krimp, namelijk in bepaalde stadsdelen. En dat geldt ook voor een gemeente als Amsterdam. Je hebt altijd te maken met krimpende en met groeiende stadsdelen. Dat betekent dat ook groeigemeenten met krimpvraagstukken worden geconfronteerd, zoals wat krimp voor scholen, winkelvoorzieningen, sportcomplexen en de kwaliteit van zorg betekent. Dat is het risico van geaggregeerde cijfers. Een stad kan als geheel wel groeien, maar dat sluit krimp in bepaalde delen niet uit. Bovendien moet je rekening houden met de verschillende vormen van krimp. Als je constateert dat verhuiswagens bij wijze van spreken in de file staan om een bepaald
21 stadsdeel te verlaten, dan is dat een wezenlijk ander vraagstuk dan wanneer je wordt geconfronteerd met demografi sche krimp. De verhoudingen in een stad of gebied veranderen continu. Daar moet je dus ook continu op anticiperen, zodat de voorzieningen op de realiteit zijn afgestemd. Vergeet ook niet dat de krimpregio van vandaag de groeiregio van overmorgen kan zijn. Je kunt dus niet volstaan met een ‘netto’ oordeel over een stad of regio. Dan snij je jezelf in de vingers.” ‘Alles ligt aan de krimp’ Nog afgezien van de risico’s die een ‘cijfermatige tunnelvisie’ met zich meebrengt, constateert Depla dat krimp soms wat al te eenvoudig als oorzaak van bepaalde ontwikkelingen wordt aangewezen. “Neem Parkstad Limburg. Hier staan woningen relatief lang te koop. Dan wordt al snel gezegd dat de krimp daar ‘schuldig’ aan is. Maar dat is wel een heel eendimensionale benadering, want je gaat dan voorbij aan de economische crisis en het gegeven dat we in heel Nederland met een kopersstaking te maken hebben. Alsof er in de Randstad momenteel geen bouwprojecten in de ijskast worden gezet! Krimp is een factor, maar geen overkoepelende onesize-fi ts-all verklaring voor alles wat er in een bepaald gebied gebeurt. Bovendien – maar dat gaf ik eerder ook al aan – is sprake van verschillen binnen krimpregio’s. In delen van Heerlen zijn de huizen bijvoorbeeld niet in waarde gedaald, maar juist duurder geworden. Soms heb ik wel eens het idee dat mensen zich te gemakkelijk achter de krimp verschuilen. Als het regent, ligt het aan de krimp. Krimp mag geen reden ‘Ook groeigemeenten worden met krimp geconfronteerd’ zijn om je niet zelfbewust en positief-kritisch op te stellen. Wat dat betreft is Heerlen misschien een voorbeeld voor andere krimpregio’s; wij hebben aangetoond dat het wel degelijk mogelijk is om de verhuiswagenkrimp om te buigen. Of die trend zich doorzet, weet ik uiteraard niet, maar het bewijst in ieder geval dat je jezelf niet ‘zomaar’ bij krimp hoeft neer te leggen.”